Zestig jaar na dato blijven de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog Nederland onverminderd bezighouden. Daarbij heeft de simplistische tweedeling tussen ‘goed’ en ‘fout’ allang plaatsgemaakt voor het besef dat de bange jaren 1940-‘45 vooral werden gekenmerkt door een veelheid van grijstinten – hetgeen overigens geen reden is om alle morele maatstaven overboord te zetten. Dat geldt ook voor de jazz in de oorlog, zoals onder meer valt te lezen in hoofdstuk 2 van de Nederlandse jazzgeschiedenis op de website van het NJA. “De jaren van oorlog en bezetting vormen voor de jazz in Nederland een periode vol dramatiek en paradoxen”, luidt de openingszin van deze tekst uit 1993. Die stelling wordt alleen maar onderstreept door nieuwe informatie die nadien beschikbaar is gekomen.
Het Theater Instituut Nederland bracht ter gelegenheid van zestig jaar Bevrijding een fascinerende longbox met vier cd’s uit: Ongehoord 1940-1945 – amusement en propaganda tijdens de bezetting. Het merendeel van het geluidsmateriaal betreft cabaret en amusementsmuziek, maar voor de jazzliefhebber biedt cd 2 een aantal verbazingwekkende opnamen.
Het was al bekend dat het toenmalige toporkest van Dick Willebrandts, ondanks het officiële Verbod van negroide en negritische elementen in dans- en amusementsmuziek uit maart 1942, vanaf half 1943 nog een hele serie vertolkingen van onvervalste Amerikaanse swing vastlegde. Een selectie uit die opnamen, gemaakt voor een Duitse propagandazender die zich richtte op de geallieerde troepen, verscheen in 1990 op de Grannyphone-cd Dick Willebrandts en zijn Radio-Orkest (Grannyphone D 401, te bestellen bij het NJA). Maar dat de big band van Dick Willebrandts in 1944 ook bij een openbaar concert nog muziek speelde die de voorschriften van de nazi-overheid met voeten trad, wisten we tot dusverre alleen uit een zijdelingse opmerking in het tekstboekje bij die cd.
Dankzij het Theater Instituut Nederland is nu te horen hoe de Willebrandts-band op 23 juli 1944 in het Haagse Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen loos ging. Het is een paradox in het kwadraat: om het gezag gunstig te stemmen had banketbakkerij Gebroeders Steenbeek, die het concert organiseerde, een groot aantal vrijkaarten uitgedeeld aan de WA (de Weerafdeling – lees: knokploeg – van de NSB).
Voor een zaal waarvan de eerste rijen werden bezet door zwart geüniformeerde WA’ers, vertolkt de band allereerst Opus 34, een pure swing-compositie van Pi Scheffer, met gedreven soli van onder anderen pianist Dick Willebrandts en waarschijnlijk trompettist Kees van Dorsser. Het daarop volgende zangnummer Waarom loop je mij zo straal voorbij? bevat een klarinet & drums-intermezzo dat rechtstreeks is ontleend aan Benny Goodman’s Sing, Sing, Sing. Het derde stuk wordt door Pi Scheffer tongue-in-cheek aangekondigd als “een melodie uit het land van onze Belgische zuiderburen: Vous avez un beau chapeau, madame” – waarna de band onbekommerd de Amerikaanse standard Idaho inzet.
Het kon zelfs nog gekker. Van juli 1944 tot in het voorjaar van 1945 zond de genazificeerde Nederlandsche Omroep de Radio Gil-club uit, een programma dat jeugdige luisteraars wilde bereiken met pro-Duitse propaganda en daartoe humoristisch bedoelde teksten afwisselde met Amerikaanse jazzvertolkingen, ook van zwarte en joodse musici zoals Benny Carter, Artie Shaw en Benny Goodman. Een paar jaar geleden kwamen opnamefragmenten van de Radio Gil-club boven water (in juli 2003 gedeeltelijk uitgezonden in het VPRO-programma OVT). Harm Mobach is bezig met nader onderzoek naar deze ultieme paradox van de oorlogsjazz. Binnenkort hopen we daarover in dit blad uitvoerig te berichten.
Ongehoord 1940-1945: amusement en propaganda tijdens de bezetting. Uitgave Theaster Instituut Nederland, 020-551.3303 of www.tin.nl.