[hoofdmenu]
Archief van het NJA Bulletin

Relaxin’ With Rhythme

Wie zich, zoals ik, een half jaar lang bezighoudt met het optekenen en reconstrueren van een levensverhaal uit de Nederlandse jazz, staat voortdurend bloot aan de verleiding om interessante zijpaden in te slaan. In het boek Rita Reys: Lady Jazz, dat half november bij Thomas Rap moet verschijnen, hebben de zangeres en ik uiteraard geprobeerd de hoofdlijn van haar loopbaan en belevenissen vast te houden. Maar onderweg kwam ik allerlei boeiende onderwerpen tegen, die stuk voor stuk een aparte studie (en misschien wel een boek) waard zouden zijn.

Bijvoorbeeld:

Soms leidt zo’n zijpad naar een aardige voetnoot bij de Nederlandse jazzgeschiedenis. Bij verzamelen van de gegevens voor Rita Reys’ erelijst van prijzen en onderscheidingen stuitte ik op de Rhythme-Jazz-Poll 1954, vermoedelijk de eerste keer dat de vaderlandse jazzliefhebbers mochten stemmen over hun favoriete muzikanten. Nadat, volgens de redactie, 3162 inzendingen waren verwerkt, werd de uitslag gepubliceerd in Rhythme van februari 1955.

Sommige winnaars wekten, toen en nu, weinig verbazing. In de sectie buitenland onder anderen Gerry Mulligan, Stan Getz, Benny Goodman, Ray Brown en Ella Fitzgerald. Iets minder logisch waren, naar mijn idee, de triomfen van Chet Baker, Frank Rosolino, Terry Gibbs en Shelly Manne (Miles Davis, Clifford Brown, J.J. Johnson, Milt Jackson, Kenny Clarke, Max Roach en Art Blakey eindigden in hun categorieën zelfs niet bij de eerste drie).

Ook bij de Nederlandse winnaars vinden we veel vertrouwde namen: Ack van Rooyen, Tony Vos, Harry Verbeke, Peter Schilperoort en Tonny Nüsser. Rita Reys werd – net als in alle volgende Rhythme-Polls tot en met 1960 – tot beste zangeres verkozen. In 1954 was het wel een overwinning op het nippertje, want Riedel van Kleef scoorde slechts een procent minder stemmen. Als derde, zij het op eerbiedige afstand, eindigde een zangeres van wie ik voordien nooit had gehoord, Dinky Goudriaan. Hoe zou het met haar verder zijn gegaan?

Een voor mij even grote onbekende werd uitgeroepen tot beste jazz-zanger: Joe Miller. Michiel de Ruyter stond destijds al versteld, blijkens zijn Poll-Commentaar: ‘Wie vocalist Joe Miller – onze beste Nederlander? – is, weet ik absoluut niet. Al kon ik er honderd gulden mee verdienen...’ Dit kleine mysterie wordt een pagina verder opgehelderd in het commentaar van Wouter van Gool: Joe Miller is de bassist-zanger van het Holland Sextet, dat voornamelijk in Duitsland werkte. (The Dutch Jazz & Blues Discography 1916-1980 onthult ook zijn ware naam: Sjef Misère.)

Maar de grootste verrassing vormt de winnaar in de categorie baritonsax: Piet Leblanc. Zelfs Wouter van Gool kon hem niet thuisbrengen: ‘de enige mij geheel onbekende musicus van de gehele lijst’. Dit raadseltje kan ik toevallig oplossen, want ik ben in het gelukkige bezit van Piet le Blanc Saxman, een fotoboekje met muziekcassette, dat omstreeks 1992 werd uitgegeven als eerbetoon aan ‘één van de bekendste verschijningen in het kroegleven van Rotterdam’.

Ik heb er een knipseltje uit de Volkskrant van zaterdag 14 december 1996 in gestopt: ‘De Rotterdamse saxofonist Piet le Blanc (75) is dinsdag in zijn woonplaats aan longkanker overleden. [...] Met zijn altsaxofoon trok hij van café naar café, om zijn potpourri van jazz en populaire muziek ten gehore te brengen.’


© 2002–2010 NJA | colofon