[hoofdmenu]
Archief van het NJA Bulletin

Jeroen, Chet & Pieter

Bert Vuijsje

Soms is er nog rechtvaardigheid in de jazzwereld, mocht Jeroen de Valk kortgeleden tot zijn vreugde ondervinden. In 1989 verrichtte hij pionierswerk door als eerste ter wereld een serieus boek te wijden aan Chet Baker (1929-1988). Chet Baker: Herinneringen aan een lyrisch trompettist verscheen bij Van Gennep in een oplage van 3000, die in de loop van zo'n vijf jaar werd uitverkocht.

Maar dat was niet het einde van de levenscyclus van deze biografie. In 1991 publiceerde OREOS Verlag onder de simpele titel Chet Baker een Duitse vertaling (oplage ook 3000), en daarna bereikte De Valk met een bewerkte versie van zijn boek zelfs de Amerikaanse markt. Chet Baker: His Life and Music werd in 2000 uitgegeven door de kleine uitgeverij Berkeley Hills Books en is al toe aan de tweede druk (totale oplage nu 13.000 exemplaren).

Jeroen de Valk had bewezen dat de Nederlandse jazzschrijverij ook internationaal meetelt. (Met zijn levensverhaal van Ben Webster, dat in 1992 bij Van Gennep verscheen, herhaalde hij dat kunststukje. Ben Webster: His Life and Music kwam in 2001 bij Berkeley Hills Books uit.)

Vervolgens moest De Valk wel iets wegslikken toen in de VS een concurrerend Baker-boek op de markt kwam. James Gavin had van de rijke uitgever Alfred A. Knopf een indrukwekkend budget gekregen om de 'definitieve biografie' van de trompettist te schrijven. Deep in a Dream: The Long Night of Chet Baker werd in 2002 met veel spektakel gelanceerd.

Dat Jeroen de Valk zijn eigen boek veel beter vond, zal weinig verbazing wekken, maar ook andere critici waren niet erg enthousiast over Gavin's biografie. Zelf stelde ik in de Volkskrant vast dat de auteur weinig van jazz wist en begreep, waardoor zijn muzikale oordelen - met name over Baker's 'middelmatige Europese live-opnamen' - iets gratuits kregen. Erger nog was dat Gavin tijdens zijn research gaandeweg 'een bijna dwangmatige weerzin' tegen zijn onderwerp moest hebben ontwikkeld, waardoor hij niet in staat was de onaangename feiten over Baker's gedrag in de context van diens kunstenaarschap te plaatsen.

Niettemin boekte Gavin's schandaalkroniek aanzienlijk succes (de Nederlandse vertaling De lange nacht van Chet Baker verscheen dit jaar bij Thomas Rap). Er kwamen ook prompt filmplannen: de Miramax Film Corporation betaalde een bedrag met vijf nullen voor de rechten op het boek. En er werd al druk gespeculeerd over mogelijke hoofdrolspelers: zou Leonardo DiCaprio of Matt Damon in de huid van Chet Baker kruipen?

Dit najaar namen de gebeurtenissen op twee fronten een verrassende wending. Uit Amerika wordt bericht dat Miramax het project in de ijskast heeft gezet. De nabestaanden zijn klaarblijkelijk ontstemd over het beeld dat Gavin's boek schildert en willen geen toestemming geven voor het gebruik van Chet Baker's naam.

Tegelijkertijd heeft de Nederlandse producer Pieter Kroonenburg, die in Montreal en Los Angeles werkt, eigen plannen voor een Chet Baker-film ontwikkeld. Als eerste stap heeft hij opties genomen op de filmrechten van De Valk's boek en Baker's eigen autobiografische notities As Though I Had Wings. Het streven is, vertelt Jeroen de Valk, om een speelfilm te maken die zich rond 1960 in Italië afspeelt. 'Chet als jonge held die danig in de problemen zit maar mooie muziek maakt, met veel mooie vrouwen, in een decor als La Dolce Vita.' Anders dan Miramax geniet Kroonenburg tot dusverre wél het vertrouwen van Baker's nabestaanden. Er wordt nu aan een script gewerkt, waarbij ook kan worden geput uit de ongepubliceerde memoires van de weduwe Carol Baker.

Spannende ontwikkelingen allemaal, ook voor het internationale aanzien van de Nederlandse jazzliteratuur - al mag niet worden vergeten dat de film-business van de onzekerheden aan elkaar hangt. Een vorig project van Kroonenburg, het Greenpeace-epos Ocean Warrior, eindigde een paar jaar geleden in een spectaculair financieel echec.


© 2002–2010 NJA | colofon