[hoofdmenu]
Archief van het NJA Bulletin

Een hotviolist bij de NSB

Bert Vuijsje

Bij een veiling-per-post van de Londense speciaalzaak Mole Jazz wordt dit voorjaar een boek uit 1937 aangeboden: Violin Rhythm: A School of Modern Rhythmic Violin Playingdoor Joe Venuti. Omdat ik voor de Volkskrant bezig ben met een artikel over Venuti, besluit ik er een fors bod op te doen: £ 8,78. Een paar weken later komt het verheugende bericht dat ik heb ‘gewonnen’, en zo valt deze uitgave van de Robbins Music Corporation uit New York bij mij in de bus. Op het omslag staat in cursieve letters een verrassende mededeling, zeker vanuit Nederlands jazzhistorisch oogpunt: ‘Edited by Eddy Noordijk’.

Waar heb ik die naam eerder gelezen? Mijn eerste associatie is Dick Verkijks Radio Hilversum 1940-1945, de onvolprezen geschiedschrijving van de Nederlandse omroep onder de Duitse bezetting. Een blik in het register zet mij op het spoor, een telefoontje met jazzhistoricus Herman Openneer completeert het beeld van de zoveelste paradox in de verhouding tussen de jazz en het nazisme.

Eddy (of Eddie, de schrijfwijze wisselt) Noordijk wordt geboren in 1905 en krijgt begin jaren dertig bekendheid als violist en arrangeur bij het AVRO Orkest van Kovacs Lajos (artiestennaam van Louis Schmidt). Noordijks jazzreputatie mag blijken uit het feit dat hij met drie plaatsessies uit 1933-’34 is vertegenwoordigd in The JAZZ Discography van Tom Lord. En hij geniet anno 1937 als Nederlandse muzikant klaarblijkelijk een zodanige internationale faam dat hij de opdracht krijgt de hotviool-leergang van Joe Venuti samen te stellen.

In mei 1940 vecht Eddy Noordijk als dienstplichtige met het regiment Jagers tegen het Duitse leger dat Nederland binnenvalt. Een klein jaar later, als we zijn naam voor het eerst in het boek van Verkijk tegenkomen, heeft de hotviolist en verdediger van het vaderland zichzelf omgetoverd tot nazi-sympathisant en NSB’er. Samen met zijn oude orkestleider Louis Schmidt (die zich niet langer Kovacs Lajos noemt) schrijft Noordijk het soldatenlied Gloria, Gloria, Gloria Viktoria, waarvan het motief ook wordt gebruikt als pauzeteken van de genazificeerde Nederlandsche Omroep.

De man die in 1933 trompettist-zanger Eddy Meenk nog op hotviool begeleidde in nummers als Hold Me en How Do You Do, Honolulu?, is vanaf 1942 chef-arrangeur van het radioprogramma Nederlandsche Volksklanken. (Onder zijn medewerkers vinden we trouwens vele vertrouwde namen van na de oorlog: Dolf van der Linden, Tom Erich, Pierre Palla, Bert Robbe, Wessel Dekker.) Noordijks programmafilosofie luidt: aandacht besteden aan melodieën ‘die uit de volksziel zijn ontsproten’, ‘volksliedjes, volksche liedjes en liedjes in den volkstoon’. Zou hij in die tijd nog wel eens aan Joe Venuti hebben gedacht?

Op 23 oktober 1944 slaat de poëtische rechtvaardigheid toe. Zoals eerder door Herman Openneer in dit blad beschreven (NJA Bulletin nr. 20, juni 1996), moeten alle Hilversumse mannen van achttien tot vijftig jaar zich voor de ‘Arbeitseinsatz’ in Duitsland melden op het sportpark om daarna te worden weggevoerd naar Amersfoort. De werknemers van de Nederlandsche Omroep worden daarbij niet uitgezonderd (‘de heele omroep moet spitten’, haalt Ramblers-leider Theo Uden Masman een Duitser aan).

Masman en zijn orkestleden weten zich uit Amersfoort te bevrijden en kunnen terugkeren naar Hilversum. Eddy Noordijk is minder gelukkig; hij belandt, ondanks zijn NSB-lidmaatschap, als dwangarbeider in Leeden bij Osnabrück. Begin februari 1945 wordt Leeden gebombardeerd. ‘Er zijn tientallen dooden: onder hen Henk Fortuin, Eddie Noordijk, Hans Forten en meer menschen van de [Nederlandsche] Omroep’, schrijft Bertie Ham in zijn naoorlogse boek Arbeider in Moffenland. ‘Met elkaar zijn ze in één graf begraven. Acht-en-veertig dooden...’

Tot zover de basisfeiten over Eddy Noordijk (1905-1945). Welke doctoraalstudent of promovendus stort zich op dit prachtonderwerp voor nadere cultuur-historische studie?


© 2002–2010 NJA | colofon