![[Foto: Nedly Elstak]](/img/bulletin/nedly.jpg)
Op de bijgaande foto staat Nedly Elstak met hoed en koffer in de hand. Uiteraard maakt hij even tijd voor fotograaf Pieter Boersma, die hem graag wil portretteren. Ondanks deze welwillende medewerking lijkt het of hij in zijn gedachten verder loopt en bezig is met het werk waarnaar hij op weg is. Deze foto hangt op groot formaat in het NJA en nam mij in voor de persoon Nedly Elstak nog voor ik een noot had gehoord van zijn muziek. Het is het portret van een staat een innemend en kwetsbaar mens. Deze eigenschappen blijken ook in zijn muziek terug te vinden.
De nieuwste cd die het NJA uitgeeft heet ‘Nedly Elstak - trumpeter’. De CD bevat voornamelijk stukken uit de jaren zestig, voorafgegaan door Perdido zogenaamd opgenomen ‘at the Kurhaus’ in 1953 (in werkelijkheid in Eindhoven) en met drie piano-improvisatie uit 1983 als intermezzi. De cd geeft een overzicht van een fase in de ontwikkeling van Nedly als muzikant en is daarnaast een mooi voorbeeld van de ontwikkeling van de Nederlandse jazz in de revolutionaire jaren ’60.
Op de cd staan twee versies van het door Nedly gecomponeerde ‘Love You So’. Aan de hand van deze twee versies en een derde versie die op de LP ‘The Machine’ staat, kan (een deel van) de carrière van Nedly Elstak goed worden beschreven. Elstak als ‘trumpeter’, maar ook als pianist, componist en vooral als innemende persoonlijkheid in de Nederlandse jazz.
In het Workshop Kwartet werkt Nedly samen met Theo Loevendie. Hun jarenlange samenwerking dateert uit de jaren vijftig, als beiden aan het begin staan van hun carrière. Ze formeren een kwartet (dat nog niet de naam ‘Workshop Kwartet’ heeft) en openen het jazzcafé ‘de Looier’ op de Looiersgracht waar de muziek die zij mooi vinden gespeeld kan worden. Die muziek is bebop en wel de ‘east-coast bebop’. Nedly ontdekte deze muziek tijdens een lezing met lichtbeelden op de dixielandclub waar hij eind jaren ’40 lid van was. Bebop werd in de lezing afgeschilderd als een groot kwaad met Dizzy Gillespie als een van de grootste boosdoeners. Bij het zien van Dizzy Gillespie echter, was Nedly verkocht (en lid af!).
Met Loevendie deelde Nedly de liefde voor de ‘moderne’ jazz. Maar behalve dat zij nummers naspeelden van de idolen als Charlie Parker, Dizzy Gillespie en Kenny Dorham, bestond hun repertoire voor een groot deel uit eigen composities, iets wat in die tijd in Nederland niet vaak voorkwam.
In 1953 gaat Nedly naar Turkije om te spelen in een internationaal gezelschap. Na zo'n acht maanden blijkt er behoeft aan een saxofonist en Nedly nodigt Loevendie uit. Voor beiden zal grote deze reis gevolgen hebben, want hoewel het tweetal in eerste instantie niet bijzonder geraakt wordt door de Turkse muziek, zal volksmuziek in het algemeen en de Turkse muziek in het bijzonder later toch een belangrijke rol gaan spelen in hun muziek.
Na een jaar komt Nedly terug in Amsterdam en speelt hij in diverse minder vaste ensembles, onder meer met Gunther Hampel in Duitsland. Rond 1960 krijgen Nedly en Loevendie het idee om met workshops te beginnen en wordt ook het ‘Workshop Kwartet’ opgericht.
In een interview met 'het Parool' in 1983 zegt Nedly over dit kwartet:
“Die workshops zijn Theo Loevendie en ik in de jaren zestig samen begonnen. Eigenlijk wilden wij dat mensen van gelijk niveau daar samen iets tot stand gingen brengen. Op die manier is het nooit helemaal verwezenlijkt. Het is hoofdzakelijk zo gegaan dat er een persoon les geeft.”
Het doceren zegt Nedly te hebben geërfd van zijn ouders, die beide werkten in het onderwijs. In ieder geval ging het hem zo goed af dat hij tot ver in de jaren ’80 workshops is blijven geven. De workshops bestonden meestal uit een deel theorie, waarna er gespeeld kon worden. Nedly had daarvoor arrangementen gemaakt waarbij iedereen, op welk dan niveau dan ook, kon meespelen. Die theoretische kennis heeft Nedly naast de workshops ook in boekvorm uitgegeven met de vierdelige ‘Praktische Jazz Theorie’. Musici als Rein de Graaff, Arjen Gorter, Willem van Manen, Ig Henneman en Soesja Citroen zijn door Nedly beïnvloed.
De versie van ‘Love You So’ die het workshop hier speelt, ademt de sfeer van het klassieke Ornette Coleman Quartet. Dat Nedly de baanbrekende Amerikaanse altsaxofonist Ornette Coleman persoonlijk kende, blijkt onder meer uit een foto uit 1965 in het cd-boekje, waarop hij te zien is samen met Ornette en diens drummer Charles Moffet (zie ook NJA Bulletin nr 37, blz. 16). Hij had Ornette eerder ontmoet op een festival in Italië en, zoals hij zelf verteld in Jazz Nu in 1979:
“Later kwam ik hem (Coleman) tegen in Amsterdam. Ik zei toen, dat ik best wel eens met hem wilde spelen en toen zei hij, speel dan maar mee vanavond. In 1965 was dat, 29 oktober 1965.”
Het Workshop Kwartet is een groep in de overgangstijd vóór de ‘revolutie’ in de Nederlandse Jazz. De muziek is nog geworteld in de bebop, maar de muzikanten hebben zich het idioom zo toegeëigend dat ze een eigen identiteit kunnen toevoegen. In dit opzicht is de groep vergelijkbaar met het Misha Mengelberg-Piet Noordijk Kwartet uit dezelfde periode.
Het belang van de nieuwe cd-uitgave is ook dat het de enige officiële opname is van het Workshop Kwartet. Ook op LP was nog nooit een opname van deze groep verschenen.
De volgende versie van ‘Love You So’ is van drie jaar later. Er is intussen veel gebeurd in de Nederlandse Jazz. Deze versie is dan ook veel vrijer dan de voorgaande. Het thema wordt meer gesuggereerd dan noot voor noot gespeeld en in het acht-en-een-halve minuut durende stuk excelleert Nedly in een lange solo, ondersteunt door een sterk swingende ritmesectie met bassist Wim Essed en drummer Martin van Duynhoven. Van Duynhoven zal aan veel toekomstige muzikale projecten van Nedly gaan deelnemen.
Maar in tegenstelling tot collega’s als Mengelberg en Breuker, die dan in de Instant Composers Pool (ICP) samenwerken en in die tijd hun West-Europese wortels allerminst verloochenen wortelt deze muziek van Nedly heel duidelijk in de (zwarte) Amerikaanse ‘free jazz’. Waar het bij de muziek van de ICP nog wel eens ontbrak aan swing (meestal met opzet) is er in Nedly's ‘Love You So’ uit 1969 een onmiskenbare swing te bespeuren.
De opname is gemaakt in het Amsterdamse Paradiso door Alwin Mulder. Deze technicus heeft ook veelvuldig repetities van Nedly’s trio opgenomen die ’s nachts plaats vonden in ‘Felix Meritis’. Ondanks deze nachtelijke excercities is het een tijd waarin Nedly een geregelder leven gaat leiden. Hij krijgt een baan bij het P.C. Meertensinstituut (ook bekend als ‘Het Bureau’ in de gelijknamige roman van J.J. Voskuil, waarin Nedly onder de naam ‘Stanley Graanschuur’ voorkomt). Hij verhuisd naar de Bijlmer (waar ook de in de inleiding beschreven foto is opgenomen) en hij stopt met het gebruiken van drugs.
Met name het laatste heeft volgens Nedly, na het beluisteren van de repetitie-opnamen, in goede zin gevolgen gehad voor zijn trompetspel: “Dat is zonder drugs veel mooier dan met.” De solo in deze tweede versie van ‘Love You So’ onderstreept die opmerking: deze solo laat Nedly op een hoogtepunt horen, krachtig en heel gevarieerd.
Deze derde versie (niet op de NJA cd 0102), die in chronologische volgorde overigens de tweede is, wordt ook gespeeld door het Nedly Elstak trio, met dit verschil dat de plaats van Wim Essed op bas hier wordt ingenomen door Maarten (van Regteren) Altena. Aan het trio is een "stem" toegevoegd, namelijk die van zangeres Sofie van Lier. Het nummer staat op de LP ‘The Machine’ die Nedly opnam voor het ‘free jazz’-label ESP. Die LP werd een jaar later door Fontana uitgebracht in Nederland (ESP Disk 1076, Fontana STL 5538). Het is niet duidelijk wat er eerst was, de tekst of de compositie, maar ik ga ervan uit dat Nedly voor de gelegenheid die de aanwezigheid van de zangeres bood, een tekst heeft geschreven bij de reeds bestaande compositie. De tekst luidt als volgt:
Love You SoI visited my heartIt said helloand then it went on beatin'Love You SoHet is een naïeve tekst. En het bijzondere aan deze versie is dat de stem van Sofie van Lier prachtig bij deze naïviteit aansluit. Recensies van concerten uit die tijd zijn in het algemeen redelijk positief wat het ensemble betreft, maar negatief over de zangeres. Zij zou niet geschikt zijn voor het zingen van jazz, met haar iele stem en weinig hoogte. Op zich hebben de recensenten daarin wel gelijk: de stem van Sofie van Lier klinkt ijl en kwetsbaar, en in de voor haar erg hoge passages klinkt het noodgedwongen nog ijler. Maar het is juist deze stem die de sfeer van de muziek bepaalt.
Nedly was verontwaardigd door de negatieve kritieken, zijn muziek klonk zoals die klinken moest. Maar het belette hem niet om verder te gaan op deze, zeker in de geïmproviseerde muziek uit die tijd, ongewone weg.
“Ik dacht: als ze vinden dat ik niet met een bepaalde zangeres moet werken, nou dan neem ik ze toch gewoon allemaal”,
zegt Nedly in een interview. Dat mondt uit in de formatie ‘Seven Singers and a Horn’ met daarin vijf zangeressen en saxofonist Willem Breuker. En later in het ‘Paradise Regained Orchestra’.
In dit latere werk komt Nedly ook en vooral als componist aan bod. Nedly is in de jaren ’60 al geïnteresseerd in Bach en Mozart en zal zich vanaf het moment dat iemand hem wijst op de verwantschap tussen Nedly’s chromatische spel en de Weense School, hevig verdiepen in Arnold Schönberg. Die verwantschap is inderdaad hoorbaar in de melodielijn van de zangeres in de hier als ‘derde versie’ besproken opname van ‘Love You So’; die doet veel meer denken aan moderne gecomponeerde muziek dan aan een jazzcompositie.
In het Nedly’s latere werk in de jaren ’70 en ’80 wordt de invloed van klassieke muziek en Nedly’s voorkeur voor vrouwenstemmen en ook strijkers steeds groter. Dat vindt zijn hoogtepunt in zijn magnum opus ‘Paradise Lost and Regained Suite’. Dit werk is helaas nooit onder leiding van Nedly zelf op geluiddrager vastgelegd. Hij overleed in augustus 1989.
Dat was dan ook de aanleiding om in 1993, vier jaar na zijn dood, een projectgroep in te stellen, bestaande uit Arjen Gorter, Jaap de Rijke en Kees Stevens, met als doel het vastleggen van deze suite. Dat leidde in 1995 leidde tot een opname van de suite door het min of meer oorspronkelijke ‘Paradise Regained Orchestra’ onder leiding van Werner Herbers en de uitgave van een cd (BVHaast cd 9511). Een tweede doelstelling was het uitgeven van een cd met stukken waar Nedly zelf op meespeelt. Nu, acht jaar na de start van het project, is met de uitgave van de cd ‘Nedly Elstak, trumpeter’ door het NJA ook het tweede doel bereikt. Hiermee is eindelijk een belangrijk en lang gemist geluidsdocument aan de Nederlandse jazzgeschiedenis toegevuld.